Huiswerk: Probeer een kort verhaal te schrijven waaruit blijkt ‘dat de humor op straat ligt’.
Naar het museum
“Jongens en meisjes, we zijn er! Verlaat allemaal rustig de bus en vergeet niet jullie tassen en jassen,” roept de juffrouw als de tourbus het parkeerterrein oprijdt. Juffrouw Nel is hartstikke nerveus, want dit is haar eerste schoolreisje dat ze organiseert na haar afstuderen. De directie van school was niet meteen razend enthousiast. Er zaten, volgens de directie, nogal wat haken en ogen aan, want de schoolbus zou niet direct voor het museum kunnen stoppen. Daardoor moesten de kinderen een stukje door het centrum heen wandelen. Nel protesteerde door te zeggen dat de kinderen ook naar de gymzaal konden lopen, dus waarom dan niet door een klein stukje winkelstraat. Na lang heen en weer gesteggel keurde de directie het uitje goed en kreeg ze een budget toegekend. Eindelijk was de dag aangebroken en Nel was nerveuzer dan verwacht. Tijdens het ontbijt liet ze haar volle mok koffie op de grond vallen waardoor ze bijna te laat kwam. Stel dat de directie gelijk kreeg en het wandeltochtje naar het museum helemaal verkeerd uit zou pakken? Nel dringt de gedachte weg en richt haar aandacht volledig op de kinderen. Een winkelstraat oversteken zonder een kindje te verliezen moet toch niet zo moeilijk zijn?
Pieter staat met een grote zucht op, pakt zijn tas en loopt de bus uit. Hij heeft absoluut geen zin om vandaag naar suffe schilderen te kijken om er vervolgens een suffe opdracht over te schrijven. Hij heeft sowieso al een hekel aan schrijven. Juffrouw Nel weet dat heel goed en toch laat ze hem elke keer stomme schrijfopdrachten maken! Alsof hij er wat aan kan doen dat hij de b als een d schrijft en de woorden niet zo goed kan opzeggen! Na het oudergesprek van vorige maand is zelfs zijn moeder zich ermee gaan bemoeien. Nu krijgt hij van juffrouw Nel opdrachten mee naar huis en hangt zijn moeder boven hem als hij de opdrachten maakt. Sindsdien maakt hij alleen maar meer fouten. Pieter rommelt in zijn tas en haalt er een mapje uit. Tijdens het bezoeken van het museum moeten alle leerlingen vragen beantwoorden over de kunstwerken die ze zien. Juffrouw Nel heeft gezegd dat ze ook onderweg al kunstwerken tegen zouden komen, dus hij wil zijn potlood alvast in de aanslag hebben. Als iedereen de bus uit is gaan ze op pad. Het is niet heel druk in de winkelstraat, maar zo’n hele stoet kinderen trekt heel wat aandacht. Hoewel ze de opdracht hebben gekregen om netjes in een rij te lopen, wil dat niet echt lukken. Iedereen heeft nog genoeg energie over na zo’n lange busrit!
De klas komt al snel aan bij het eerste kunstwerk. Juffrouw Nel vertelt er wat over en de hele klas vult snel alle antwoorden in op het antwoordenformulier. Pieter staart gebiologeerd naar het enorme standbeeld. Wat een enorm beeld, zeg! Snel neemt hij zijn tas van zijn schouder en duwt wat spullen opzij. Zijn moeder had gezegd dat ze er een klein cameraatje in had gestopt zodat hij foto’s kon maken van alle mooie kunstwerken. Ze had alvast de flits uitgezet, omdat op de website van het museum stond dat dat verboden was. Dit standbeeld was zeker de moeite waard om op de foto te zetten. Pieter wist zeker dat zijn vader het een prachtig standbeeld zou vinden! Dan vist hij eindelijk het cameratje uit zijn tas en roept enthousiast: “Hè, hè! Eindelijk gevonden!” Pieter kijkt om zich heen en ziet een zo goed als leeg plein. Bij een kledingwinkel loopt een ouder echtpaar die hem verbaasd aankijken en op het bankje hangen een aantal studenten die hem negeren. Hij draait een paar keer rond, maar ziet geen van zijn klasgenoten. Pieter voelt een paniekaanval aankomen, maar hij kan zich op tijd herpakken. Radeloos loopt hij een klein rondje over het plein. Nog steeds geen klasgenoot of juffrouw Nel te zien. Het groepje studenten zijn inmiddels weggelopen dus gaat Pieter op het bankje zitten. Zo kan hij nadenken over wat hij nu gaat doen. Nogmaals bekijkt hij het plein heel goed, maar kan geen telefoonhokje vinden. Net zo’n eentje bij opa in de straat, denk hij. Natuurlijk staan die er niet meer, want iedereen heeft tegenwoordig mobieltjes. Zelfs Loes en Robbert hebben al zo’n ding!
Opeens herinnert Pieter het mapje die hij in zijn handen heeft. Het papier is al helemaal gekreukeld, maar dat merkt hij niet eens. Als het goed is zat hier ergens… Ja! Gevonden! De routebeschrijving van de parkeerplaats naar het museum! Die juffrouw Nel is nog niet zo dom als hij dacht. Hij bestudeert het plattegrondje dat erbij is getekend, maar kan geen herkenningspunt vinden. Had ze het kunstwerk er nou maar opgezet! Dat kon natuurlijk niet, want dat mochten we niet weten! Pieter zucht hoorbaar. Wat moet hij nou doen? “Kan ik je ergens mee helpen?” Pieter kijkt op. Naast het bankje staat een van de studenten die hij net zag. De student kijkt hem vragend aan. Pieter kijkt terug naar zijn routebeschrijving om deze vervolgens aan de jongen te laten zien. “Ik ben op schoolreis en verdwaald. We zouden naar het museum gaan.” De student kijkt naar de plattegrond en begint te lachen. “Het museum is hier niet ver vandaan, hoor. Zie je daar dat winkeltje?” Pieter kijkt in de richting waar de jongen naar wijst en knikt. “Als je daar naar rechts gaat kom je er vanzelf langs. Moet lukken, toch?” De jongen geeft de routebeschrijving terug en loopt weg. Pieter kijkt weer naar de verlaten straat, pakt zijn tas en loopt weg van het plein.
Alle winkeltjes zijn nog dicht. Ook het winkeltje dat de jongen aanwees. Of bedoelde hij dat koffiewinkeltje verderop? Pieter begint te twijfelen. Wat zei hij ook alweer? Hij kijkt terug naar het plein, maar besluit om niet terug te gaan. Verrek maar, denk Pieter, ik ga gewoon deze straat in en zie wel waar ik terecht kom. Vol goede moed loopt hij de straat in maar na een paar minuten zakt zijn vrolijke stemming. In de deuropeningen van sommige huizen staan allemaal dames in hun ondergoed! Ze leunen tegen de muur aan terwijl ze druk hun sigaret oproken. Wat doen die toch in hun ondergoed? Zo warm is het nou ook weer niet? Uit een deuropening komt een man gelopen. Zo’n rare dame volgt hem en midden op straat geven ze elkaar nog een dikke zoen. De man knijpt de vrouw in haar borsten, maar erg vindt ze dat niet, want ze moet er erg hard van lachen. Pieter begrijpt dat hij hier niet moet zijn, maar kan zijn ogen niet van het tafereel afhouden. Dit heeft hij nog nooit gezien! Zonder te kijken begint hij te rennen en dan… KNAL!
Als Pieter zijn ogen open doet hangt het stelletje boven zijn gezicht. “Oh kijk Kees, hij doet zijn ogen open,” zegt de vrouw. “Ja, dat zie ik ook wel,” snauwt de man. Pieter brengt zijn hand naar zijn voorhoofd en voelt een dikke bult. “Beweeg maar niet, jongetje. Hoe heet je?” Pieter antwoordt, maar echt luisteren doet de vrouw niet, want ze ratelt meteen door. “Kees, ik denk echt dat we de politie moeten bellen. Zo’n jochie hoort toch niet thuis op de wallen! Waarschijnlijk is hij verdwaald.” Kees schrikt en staat met een ruk op. “Politie? Geen denken aan! Of heb jij soms wel een werkvergunning?” Nu schrikt ook de vrouw. Pieter wil nog iets zeggen, maar zijn hoofd doet teveel zeer. Wisten ze maar dat hij verdwaald was en op zoek is naar het museum. Voordat hij het weet rent het stelletje de straat uit. In de verte hoort hij een politiesirenes en algauw staan er twee agenten bij hem. “Rustig maar, Pieter. Wij hebben je gevonden.”
Zodra de klas Pieter ziet rennen ze allemaal naar hem toe. Rondom de politiewagen, waar Pieter nog inzit, staat nu een hele groep kinderen. Ze zijn allemaal reuze nieuwsgierig naar wat hij heeft meegemaakt. Nadat hij bijna klaar was met zijn verhaal, vraagt een van zijn klasgenootjes: “Waarom heb je die grote bult op je hoofd, Pieter?” “Tja, ik vond die mevrouw zó ontzettend raar in haar ondergoed, dat ik maar heel hard ben gaan rennen. Ik bleef alleen kijken en zag de lantaarnpaal niet!” De hele klas begint zo hard te lachen dat Pieter er zelf ook om moet lachen. Het is ook een heel stom verhaal! “Weet je wat nog het stomme is?” vraagt Pieter. “Ik heb die stomme foto nog steeds niet gemaakt!”
Cijfer: 8
Leuk verhaal.
